Marco's reisverslagen zijn stuk voor stuk heel indrukwekkend, en daarom
onverkort overgenomen. Dit verslag stond in 'Tifosi' het fanclubblad van Marco.
Terug naar reisverslag
Kosovo
Terug naar reisverslag
Ingoesjetië
Terug naar reisverslag
Sierra Leone
Verder naar reisverslag
Afghanistan

Marco Borsato's bezoek aan oorlogskinderen in Eritrea

In februari vertrok Marco Borsato, ambassadeur van de Stichting War Child samen met Willemijn Verloop, directeur van deze stichting, naar Eritrea om daar een documentaire te maken over het werk van War Child. Duizenden kinderen in Eritrea zijn de afgelopen jaren slachtoffer geworden van de gewapende strijd met Ethiopië. Velen van hen leven in vluchtelingenkampen. Hun toekomstperspectieven zijn weinig hoopvol. Hoewel de meeste kinderen wel onderwijs krijgen, zijn de Eritrese authoriteiten bezorgd om de verdere psychische ontwikkeling van deze jonge generatie. Om daar positief aan bij te dragen, is War Child begonnen met het organiseren van creatieve en sportieve activiteiten voor kinderen.
Tijdens deze reis hield Marco een zeer uitgebreid dagboek bij.


Vrijdag 14 februari
Vandaag vertrekken we vanaf Schiphol, en ik wil nog even snel shoppen. Ik realiseer me namelijk plotseling dat ik voor inmiddels mijn vierde War Child-reis opnieuw vergeten ben CD’s mee te nemen! En omdat ze in de projectlanden altijd wel willen horen of ik nou echt kan zingen en hoe... heb ik dus nog even snel CD’s van mezelf gekocht op Schiphol. Het kan niet anders of ze denken daar nu dat ik mijn CD-verkopen probeer op te krikken door mijn eigen CD’s op te kopen! Vervolgens begint een lange reis. We reizen vanzelfsprekend economy en de goedkoopste optie was via Cairo en Jeddah naar Asmara, slechts 18 uur aan één stuk door, dus dat betekent een nachtje overslaan. Tot Cairo gaat alles prima, maar op Cairo Airport begint het wachten en de vertragingen. Bij Jeddah, en dan hebben we het over 4 uur 's morgens, begint de lol pas goed, want hier mogen we eerst het vliegtuig een uur lang niet verlaten omdat het busje niet wil komen. Vervolgens worden we van het kastje naar de muur gestuurd en duurt het ruim 3 uur voor we onze koffers hebben. De koffers zijn dan al 4 keer gestript en bijna missen we onze volgende vlucht omdat de paspoorten ook nog gestript moeten worden en dat blijkbaar een uur duurt. Uiteindelijk moeten we in een privé- bus over de startbaan scheuren om onze vlucht naar Asmara in Eritrea te halen. In ieder geval was het een bijzondere ervaring om in een 5 uur durende transit alleen maar voor douanehokjes te zitten, dit alles waarschijnlijk door de grote stroom Mekka-gangers die tevens via dit vliegveld reisden op deze dag.

Zaterdag 15 februari
Aangekomen in Asmara begint alles op rolletjes te lopen, door de douane geen probleem en de War Child vertegenwoordigster in Asmara Head of Mission Jolande Verhoeven pikt ons op en neemt ons mee naar een heerlijk terrasje voor een verkwikkende koffie en een korte introductie van Asmara. Aangezien het te laat is om door te reizen naar de Ethiopische grens besluiten we onze middag te gebruiken om oost-Eritrea te ontdekken en naar de geheel verwoeste stad Massawa aan de Rode Zee te rijden. Uiteraard ben ik als fanatiek duiker erg geïnteresseerd om de Rode Zee rond Eritrea te bekijken. De verwoesting in Massawa was nog wel duidelijk zichtbaar, ondanks dat deze schade uit de eerste oorlog (1960-1992) afkomstig is. Toch is het nog steeds een mooie oude stad met invloeden van diverse culturen en heel veel oude charme.

Zondag 16 februari
De wake up is om 5 uur om voor het eerste licht naar de Ethiopische grens te rijden waar de programma’s van War Child op dit moment plaatsvinden. We rijden naar IDP (Internally Displaced People) Kamp ‘May Wurray’ in Zoba Debub waar op zondagochtend een community event wordt georganiseerd voor het hele IDP-kamp. Het evenement begint vroeg want 's middags is het veel te warm voor alle sportieve en muzikale activiteiten. Wat meteen opvalt is dat wat ik van het landschap zie niet overeenkomt met de verwachting die ik heb gezien mijn vorige reis naar Sierra Leone. Het landschap is vele malen ruiger en droger dan ik me had voorgesteld, zo blijkt Afrika toch niet Afrika te zijn. Maar realiseer me ook goed dat Sierra Leone helemaal West-Afrika is en Eritrea Oost-Afrika en net zover uiteen ligt als Parijs en de Oekraïne. De route naar de grens is adembenemend. We rijden vanaf het koele hooggebergte (Asmara ligt op 2.800 meter) door de bergen naar het IDP-kamp dat in een dal ligt. Bij aankomst om 08.30 blijkt het hier al 32 graden te zijn. De wegen in Eritrea zijn aangelegd door de Italianen, maar al enige tijd geleden, dus voelde me bij aankomst net een Pizza Margharita vervoerd door een pizzabezorger op een brommer met een lekke band. De reisduur was namelijk 3 uur! We arriveren ruim een uur voor de cameraploeg en constateren dat al zo'n 500 kinderen vanaf 8.00 uur 's ochtends heel verwachtingsvol maar zeer gedisciplineerd in rijtjes van 20 opgeteld staan op het grote veld van het kamp en wachten op de activiteiten die pas om 9.30 beginnen. Wat me vooral opvalt is dat ik nog nooit 500 kinderen bijeen heb gezien die zo keurig netjes stil staan te wachten in de rij tot het feest kan beginnen. Daarom ren ik naar de auto voor mijn camera, ik ben tenslotte ook meegereisd in de rol van fotograaf en ik wil meteen al deze mooie stille kindertjes vastleggen. Ik schrik in eerste instantie van de staat waarin de kinderen verkeren: veel dichtgeplakte oogjes vol vliegen, niet gewassen gezichtjes en maanden niet gewassen kapotte kleren. Wat me ook opvalt is dat deze kinderen in vergelijking tot eerdere projectreizen vrij teruggetrokken en verlegen zijn, vooral in vergelijking met Sierra Leone waar de kinderen me meteen om de hals vlogen. Hier is men duidelijk nog niet gewend aan mijn toch zeer blanke gezicht.



Het community event, een soort sport/muziekdag, begint met dansen. Het geheel wordt begeleid door Eritreese muziek op een door een accu aangedreven cassetterecorder, compleet overstuurd en onverstaanbaar. Desalniettemin verandert de kindergroep in een grote kolkende dansende massa bij de eerste tonen. Tijdens de activiteiten worden de kinderen in 5 groepen van 100 ingedeeld en doen verschillende sportspelletjes. Het geheel is een feest om naar te kijken. Dit is eigenlijk voor het eerst dat ik in de War Child programma’s zo een community evenement meemaak. Het idee is dat de hele gemeenschap wordt betrokken bij de activiteiten die de kinderen door de week op school in de War Child workshops leren. Naast het veld zitten dan ook grote groepen met name opa’s en moeders (de vaders zitten nog in het leger of zijn er niet meer). De oudjes genieten zichtbaar dat ze hun (klein-)kind nu ook weer eens als kind zien, omdat de meeste kinderen in de gezinnen moeten werken (hout sprokkelen, schoonmaken etc.). Het enthousiasme straalt ook van de ouders af, er wordt luidkeels aangemoedigd door de groep grootvaders die met hun wandelstokken stampen. De mannen en vrouwen zitten overigens wel gescheiden in vakken verdeeld, dit hoort kennelijk hier in deze cultuur zo.

Het evenement duurt uren, tot in de vroege middag, en terwijl het water tappelings van me af loopt en wij constant water drinken op om de been te blijven, lijken de kinderen daar nauwelijks last van te hebben. Zo springen ze vrolijk rond in 36 graden in de schaduw. Het evenement eindigt met een vlaggendans met linten waaraan ik enthousiast mee doe.
Tijd voor een break, de lunch bestaat uit boterhammen in een van de tenten met een lauwe cola, maar alles smaakt goed op dit moment. 's Middags volg ik een aantal workshops en ga ik met Willemijn even wandelen door het kamp. We klimmen de berg op om bij de bovenste tenten met prachtig uitzicht over de vallei rond te gaan kijken.

Al bij de eerste tent komen we tot stilstand. We worden uitgenodigd met handgebaren in voor ons onverstaanbaar Tigri om een kopje thee te komen drinken. Dit begrijpen we uit de gebaren en vinden het aanbod zo bijzonder dat we erop in gaan We mogen in de tent op een van de vele bedden plaatsnemen rond een petroleumstelletje waar al snel een kind (blijkt later nichtje) bijkomt die thee voor ons gaat zetten. Alle communicatie verloopt met handgebaren en glimlachjes. Vervolgens wordt de gastvrijheid steeds groter en na twee koppen mierzoete anijsthee wordt er een heuse Coffeé Ceremonie voor ons georganiseerd. Dit is een zeer traditioneel Eritrees gebruik waarbij verse koffiebonen voor je neus worden gebrand en gestampt en vervolgens verwerkt tot heerlijke verse koffie. Het hele proces duurt even, maar het is het wel waard en je behoort drie kopjes te drinken voordat de ceremonie klaar is. Bij deze koffie wordt popcorn geserveerd, ook traditioneel. Ik ben geraakt door het feit dat mensen die zo weinig hebben en zo uitzichtloos leven de vriendelijkheid hebben om wildvreemden te laten meedelen in het enige dat ze hebben. Er wordt hier een gastvrijheid tentoongesteld waar je als westerling verlegen van wordt. Wanneer nodigen wij nu een wildvreemde buitenlander uit voor de koffie? Gelukkig had we een aantal traditionele Nederlandse cadeautjes bij ons, dus lieten we Delfts blauwe klompjes achter, een zeer klein gebaar tegenover deze overweldigende gastvrijheid.
Om 5 uur moeten we het kamp verlaten omdat het in de Temporary Security Zone ligt. In het donker mogen hier geen buitenlanders meer komen. We rijden 1,5 uur de adembenemende doch bijzonder stoffige en hobbelige berg op naar Adi Keih, waar War Child een teamhuis-annex-kantoor heeft waar ons een koud biertje staat te wachten. In dit huis wonen de twaalf War Child Workshopleaders, drie chauffeurs, twee ex-pat trainers en één moeder met een schattig dochtertje die iedereen verzorgt. We krijgen een heerlijke Eritrese maaltijd en praten na over de dag, kijken de eerste camerabeelden terug en delen met alle anderen een warme douche, welke in ons hotel niet aanwezig is. Om 12 uur gaan we met de crew naar ons hotel, waarover later meer.

Maandag 17 februari
Weer een early call, maar ondanks het ontbijt om 6 uur ben ik bijzonder uitgelaten en pest een ieder met een ochtendhumeur. Er staat voor vandaag een reis naar Tsorona op het programma waarvoor we eerst 1,5 uur moeten rijden wederom door hobbelige stoffige bergwegen. Eerst ontbijten we in het War Child teamhuis in Adi Keih met de locale workshopleaders, waarna we weer als altijd iets te laat vertrekken. Tsorona is een dorpje dichtbij de grens van Ethiopië en Eritrea dat zwaar heeft gleden door de oorlog omdat het plat is gebombardeerd en enkele malen door de beide partijen is veroverd en heroverd. De bevolking heeft massaal moeten vluchten en begint nu weer sinds enkele maanden druppelsgewijs terug te keren naar hun thuisstad. Dit mede door de hulp van de Nederlandse Ambassade die de bevolking heeft geholpen met de donatie en renovatie van deuren en daken zodat men hun verwoeste huizen weer kan bewonen. De steun vanuit Nederland wordt bijzonder gewaardeerd, het stadje heeft als dank zelfs een The Hague Square opgericht, bestaande uit een monumentje midden in de stad.
Een opvallend verschil vergeleken onze aankomst met gisteren is dat de kinderen ons hier meteen uitbundig begroeten en ons allen de hand beginnen te schudden zodra we de auto uitstappen. Tegelijkertijd wordt meteen even gecheckt of de huid onder onze shirts net zo wit is als onze hoofden.We beginnen ons programma in Tsorona met het bezoek aan enkele War Child workshops die voor mij weer bijzonder vernieuwend en inspirerend zijn. Ik zie een grote groep kindertjes van 6/7 jaar geheel opgaan in een workshop vol muzikale spelletjes en activiteiten. Als ik het effect van de workshop bij de kinderen zie en de intensiteit waarmee de workshopleaders zelf ook genieten van deze activiteiten merk ik dat ik zelf sta te popelen om mee te doen. Het is zoals altijd fantastisch om zulke gemotiveerde en toegewijde locale workshopleaders te zien werken in het veld. Gezien mijn nevenopdracht, het fotograferen van deze reis, klik ik er weer behoorlijk op los wat meer dan geweldige plaatjes oplevert.
Nadat we hierna diverse sportworkshops hebben bezocht heb ik een interview met de Nederlandse Ambassadeur in Eritrea, mevrouw Yoka Brandt, die inmiddels sinds 2,5 jaar in dit land onze vertegenwoordiger is. De ambassadeur blijkt een inspirerende jonge vrouw met wie ik eerst samen een sportworkshop van War Child bekijk. Ze blijkt een fervent sportfanate en Ajaxsupporter. Ze was dan ook niet blij dat we de lokale leraren voor onze communitydag in gesponsorde PSV landskampioen-shirts hadden gestoken... Tijdens mijn interview met haar ontdek ik dat ze ook het werk van War Child een zeer warm hart toedraagt. Ze vertelt over de tweede fase van renovatie van Tsorona die wederom door de Nederlandse ambassade gefinancierd wordt, en vindt het daarom ook leuk dat wij als Nederlandse organisatie in hetzelfde stadje werkzaam zijn. Overigens is War Child de enige kinderhulporganisatie en de enige Nederlandse organisatie die geregistreerd staat om te werken in Eritrea. De Ambassadeur heeft ons tevens uitgenodigd voor een feestje op de Ambassade aan staande vrijdag ter ere van mijn bezoek en ik dank haar daar alvast hartelijk voor. We gaan vervolgens lunchen met de crew en 's middags draaien we interviews met kinderen uit de programma’s en maken een lange wandeling door het dorp. We zijn weer voor donker terug, hebben een lange avond met veel voorbereidend werk voor de volgende dag en gaan weer veel te laat slapen.


Dinsdag 18 februari
Helaas weer heel vroeg op, maar ik word niet gewekt door mijn wekker, maar door de zanger door de luidsprekers van de Moskee aan de overkant die om 4 uur van start gaat. Ik zou nog schrijven over ons hotel van 1,5 dollar per nacht en eigenlijk vertel ik daar alles al mee. Geen stromend water in de kamer, geen douche, een gat in de grond dat moet doorgaan voor toilet en een bed dat meer lijkt op een hangmat. Toch hoor je me niet klagen want ik slaap voortreffelijk. Vandaag gaan we terug naar Tsorona, we beginnen met het bezoeken van enkele sport-workshops en interviewen onze eigen locale workshopleaders. Tijdens de interviews wordt me duidelijk hoe gedreven en gemotiveerd deze mensen bezig zijn met het helpen van de kinderen, en hoe duidelijk ze voor ogen hebben wat ze willen bereiken met de kinderen en hoe ze dat moeten aanpakken. Ik realiseer me eens te meer hoe direct we via deze mensen invloed hebben op het welzijn van vele duizenden kinderen hier. Ik voel me trots.

Na de lunch vallen we midden in een wilde danssessie die eigenlijk de lunchpauze van de workshopleaders behoort te zijn, maar iedereen staat in de workshoptent op Eritrese muziek helemaal uit hun dak te gaan. 's Middags doe ik voor het eerst zelf actief mee in de workshop, workshopleader Jonas leert de kinderen emoties na te bootsen in een activiteit die spiegelen heet. De kinderen moeten elkaar nadoen terwijl ze diverse emoties uitbeelden. Zo moet ik spiegelen met Lia, een meisje van 8 die me eerst heel blij en later verdrietig laat kijken en me uiteindelijk laat brullen als een leeuw. Ze vindt het duidelijk geweldig dat die vreemde man van buiten exact moet doen wat zij bepaalt. De doelen van deze activiteit zijn het herkennen van emoties, het opbouwen van het zelfvertrouwen en bevorderen van de concentratie. Het is ook opvallend om te zien dat tijdens de workshops geen enkele kind zich laat afleiden door de aanwezigheid van vreemden of de camera’s. Terwijl je buiten je camera maar hoeft te laten zien en er staan meteen 40 kinderen om je heen te springen! Een ongeposeerde foto nemen is een hele uitdaging! De workshop bevat in het totaal iets van 6 verschillende activiteiten, dus we doen ook nog ‘zoek de bal’, ‘geef een onzichtbaar voorwerp door', en als laatste een soort zing-muziek-spel, wat ik thuis op het volgende kinderpartijtje van Luca zeker ga herhalen.

Na de workshop doen we nog enkele interviews en tussendoor besluiten we even snel een cola te gaan halen in een golfplaten geïmproviseerd barretje. Ze proberen hier de drankjes koel te houden door deze in een jute zak in de grond te bewaren. Nadat de cola al besteld is en half opgedronken worden we aangesproken door een zeer vriendelijke oudere Eritreese man, die wil weten waar we vandaan komen en er vervolgens op staat om onze cola te betalen. Dit is volgens hem Eritrees gebruik en we kunnen er niets tegen inbrengen, wederom een staaltje Eritreese gastvrijheid waar wij niet aan kunnen tippen. De man blijkt de plaatselijke apotheker en we zijn hem nog even gaan opzoeken in zijn ‘apotheek’ waar we foto’s van zijn kinderen hebben bewonderd. De dag eindigt met een voetbalcompetitie die in de zinderende hitte niet onderdoet voor een professioneel WK, vooral de voetballende meisjes met hoofddoekjes op blote voeten maken grote indruk op mij. Ook nu moeten we ons weer haasten om bijtijds de Temporarily Security Zone uit te zijn. 's Avonds nuttig ik een koud biertje in het teamhuis waar ik onder toeziend oog van drie lokale vrouwelijke workshopleaders popcorn heb gemaakt. Iedere avond kookt Minia voor ons een Eritrees gerecht wat mij meer dan smaakt, vervolgens spenderen we de avond met het uploaden van foto’s, terugkijken van filmbeelden en discussies over de inhoud van de documentaire. Tegen twaalven wordt meestal pas de balans opgemaakt en het schema voor de laatste draaidag definitief besloten.

Woensdag 19 februari
Je raadt het al: vroeg weer op! We beginnen vandaag in May Wurrai waar we opgewacht worden door onze grote vriend Tidrost, een van de kinderen die we begin van de week hebben geïnterviewd. Tidrost heeft op ons grote indruk gemaakt toen hij ons vertelde dat hij begreep hoe de oorlog ontstaan was.

Er waren twee herders met stokken, en die kregen ruzie over de rivier. En toen gingen ze zwaaien met hun stokken en dat werden geweren. En toen kwamen de vliegtuigen en die gooiden bommen en toen was het oorlog’.

Tidrost woont nu ruim 3 jaar in het kamp in May Wurrai met zijn moeder en grootmoeder en zusjes. Het leven voor kinderen in dit kamp is zwaar, het merendeel van de dag bestaan uit overleven: zoeken naar hout en halen van water, maximaal twee jerrycans per dag. Totdat War Child in dit kamp kwam werken ruim 5 maanden geleden, werd er nauwelijks gespeeld. De kinderen zaten passief onder bomen of waren aan het werk. Het is fantastisch om te zien dat na 5 maanden werken in dit kamp het effect op de gemeenschap merkbaar is. Zo vertelde de oma van Tidrost me dat als zij de klanken van muziek of spel vanuit het open veld hoorde komen tijdens de War Child activiteiten, ze zelf het liefst er naar toe zou gaan om zelf ook mee te doen. Ze is echter niet meer goed genoeg ter been om te gaan kijken. 's Middags zien we een fantastische schilderworkshop waar het me vooral opvalt hoe doodstil en geconcentreerd de kinderen worden zodra ze met de kwast aan de gang mogen, ruim 30 minuten lang kon je een speld horen vallen in een stoffige tent van doeken en golfplaten

.

We moeten helaas vroeg weer de auto in naar Asmara omdat de ploeg die avond terugvliegt naar Nederland. En tevens moet ik enkele journalisten ophalen die de volgende twee dagen met me mee zullen reizen, naar weer andere workshop locaties van War Child.
Onderweg stopt onze chauffeur Casette (aparte naam voor een chauffeur, maar toepasselijk door zijn goede Eritrese muziekcassettes onderweg) bij een klein mango stalletje waar we de heerlijkste mango’s ooit kopen. In de auto op schoot pellen en kliederen en extreem genieten. 's Avonds in Asmara nog een lekker Italiaans dineetje genuttigd als afscheid van de crew voor hun vertrek.

Donderdag 20 februari
Dit keer gelukkig pas om 08.30 een meeting op het War Child kantoor in Asmara, waar Yolande een presentatie en een traditionele coffee ceremony heeft georganiseerd voor de journalisten die zich bij ons hebben gevoegd. Aangezien de coffee ceremony zo veel tijd in beslag neemt moeten we toch al na twee kopjes afhaken en de reis naar dit keer Senafe gaan starten. Weer 3,5 uur in de auto berg op en berg af, naar een klein stadje aan de voormalige frontlinie. We komen pas aan tegen lunchtijd maar toch blijken er activiteiten gaande op een van de scholen en staan de War Child workshopleaders te voetballen met een aantal kinderen. Ik voeg me er vervolgens enthousiast bij, en probeer de kinderen het enige voetbalkunstje dat ik ken bij te brengen. Net buiten Senafe ligt het IDP-kamp Ambassette Galeba waar mensen uit vijf frontlinie dorpen in aftandse tenten bijeen wonen. Deze mensen weten niet of ze ooit nog naar huis kunnen, omdat hun dorpen op de democratielijn liggen tussen Eritrea en Ethiopië. Het is nog altijd niet duidelijk bij welk land hun dorp zal gaan horen omdat de grens nog steeds niet exact is vastgesteld, en tevens ligt dit gebied vol mijnen. In Ambassette Galeba wonen we weer enkele workshops bij. Wat vooral opvalt aan deze locatie is dat het bijzonder stoffig en winderig is en er geen boom in de verre omtrek te bekennen is, wat de situatie die toch al zo uitzichtloos is, alleen nog maar schrijnender maakt. Na de workshop mogen we met twee kinderen mee naar hun tenten en word ik getrakteerd op een verschrikkelijk vies lokaal drankje ter ere van een bijzondere ceremonie waarvan we de bedoeling niet geheel hebben kunnen ontdekken. Maar ik zat opeens met 25 mannen in een tent aan de drank waarvan ze me zelf vertelden dat ik het niet hoefde op te drinken, dit zegt denk ik wel iets over het brouwsel... Hierna in een andere tent nog kortstondig Eritrees gedanst op de klanken van een zelfgemaakte op een gitaar lijkend instrument. Dit instrument, de Kra, wordt bespeeld door een 15-jarige talentvolle jongen die in een van onze workshops meedoet. Nadat we alweer op de terugreis zijn, raken we in Adi Keih met het hele gezelschap nog even op de markt om traditionele coffee cermony kannen te kopen voor het thuisfront. 's Avonds heeft Minia weer heerlijk Eritrees voor ons gekookt en laat ik de hele groep mijn honderden foto’s zien die ik de eerste dagen gemaakt heb. Met een slideshowtje op mijn laptop kunnen we met zijn allen de afgelopen dagen terug kijken.

Vrijdag 21 februari
De routine herhaalt zich, alleen nieuwe gezichten. We bezoeken vandaag May Wurrai & Tsorona en rijden voor de laatste maal de waanzinnig mooie route de berg af waar ik iedere ochtend zo van genoten heb. Zowel in het tentenkamp als in het dorp begin ik me inmiddels aardig thuis begin te voelen. De kinderen kennen me echt, en willen continu dat ik ze leer tellen in het Italiaans. Ik heb vandaag speciaal de polaroidcamera meegenomen om een aantal specifieke kinderen die we goed hebben leren kennen een afscheid cadeautje te geven, namelijk een foto van henzelf met ons erop. Groot succes! We zien in May Wurrai weer prachtige workshops en vandaag wordt ook voor het eerst met kleine groepjes kinderen gedamd en een soort Eritrees Halma gespeeld. Erg leuk om te zien hoe geconcentreerd de kinderen bezig zijn op zelf gemaakt kartonnen borden met kroonkurkjes als stenen. Ze leren heel snel, en het idee hiervan is dat de kinderen dit zelf thuis ook kunnen doen met broertjes, zusjes en hun ouders. Aan de materialen voor het spel kan immers iedereen komen. Vanzelfsprekend is er ook een sportworkshop gaande waar als vanouds in de zinderende hitte uitermate fanatiek wordt gespeeld.

Ik neem de journalisten ook mee op een wandeling door het kamp en beantwoord veel van hun vragen, ze zijn erg onder de indruk van het leven van de 4,5 duizend mensen in dit vervallen tenten kamp. We rijden later op de dag door naar Tsorona waar die dag geen activiteiten van War Child plaatsvinden, maar waar we de journalisten graag willen laten zien wat de Nederlandse gemeenschap heeft gedaan voor de wederopbouw van dit frontlinie plaatsje. Zo bezoeken we The Hague Square, en bekijken we de wederopbouw projecten die nog steeds gaande zijn. Het plaatsje maakt nog steeds een bijzonder verwoestte indruk met vele kogelgaten in de huizen en gebombardeerde marktgebouwen en publieke instellingen. We lunchen in ons vaste plekje, een vervallen huisje met 3 tafels en wat stoelen. We zijn blij dat ook de journalisten mee eten met de Eritreese Enjerra, oftewel: met hun handen samen een soort zuurdesem pannekoek met vleesvulling wegwerken, erg lekker. Op deze laatste dag in Tsorona proef ik ook voor het eerst een Eritrees lauw biertje die in deze hitte heerlijk smaakt.
Bijtijds keren we terug naar Asmara omdat er 's avonds een speciaal voor ons georganiseerd feest op de Ambassade plaatsvindt. Op de terugweg die 3 uur duurt, rijden we zoals iedere dag langs grote groepen kamelen, en zien we kleine kinderen met ezeltjes water vervoeren in de ‘middle of nowhere’. Ik zal deze beelden gaan missen. Onderweg begint het een beetje te regenen, en dit is zeer uitzonderlijk omdat het alweer maanden niet geregend heeft en er zelf een hongersnood aan dreigt te komen door de droogte. Ik word meteen vergeleken met Haille Selassie die ook wel de rainmaker werd genoemd in Eritrea omdat na een van zijn bezoeken het na een lange tijd van droogte weer is gaan regenen. Om het regenklimaat verder te bevorderen zingen we onderweg elke liedje waar het woordje rain of regen in voorkomt.
Ons feest begint stipt om 18.30 in het huis van de Ambassadrice en alle Eritrese Nederlanders (of Nederlandse Eritreeërs) zijn uitgenodigd alsmede de voltallige locale en internationale War Child staff. Ik schud veel handen en praat over het bijzondere land en onze ervaringen van de afgelopen week. Als vanzelfsprekend begint het War Child personeel met dansen en wordt de rest van het feest door alle aanwezigen op de dansvloer doorgebracht. De muziek, van Eritrees tot Eminem, verbroedert ook weer dit gezelschap, zo danst de Nederlandse Ambassadeur met de locale secretaresse van het War Child kantoor en ook de al wat oudere chauffeurs gaan uit hun dak met de jonge workshopleaders. Na een week lang intens met iedereen bezig te zijn geweest met de problematiek van dit land is het heerlijk om ons team nu ook eens in ontspannen situatie mee te maken en ik realiseer me wat een hechte groep het is. Ik realiseer me ook wat een voorrecht het is om deel van deze organisatie uit te maken en neem een rugzak vol met mooie herinneringen en inspiratie mee terug naar Nederland.
Al met al een hele mooie laatste avond...

Terug naar begin reisverslag
Kosovo
Terug naar begin reisverslag
Ingoesjetië
Terug naar begin reisverslag
Sierra Leone
  Terug naar begin reisverslag Eritrea  


Marco Borsato op onderzoeksmissie in Afghanistan


De geschiedenis van Afghanistan kenmerkt zich door oorlog en strijd. Momenteel werkt een Afghaanse regering onder leiding van Hamid Karzai, aan de wederopbouw van het land dat een 23 jaar durende verwoestende oorlog heeft gekend. War Child Nederland werkte al langer in Pakistan met Afghaanse vluchtelingen, maar sinds kort ook in Afghanistan zelf. Ambassadeur Marco Borsato bezocht deze projecten en deed onderzoek naar de situatie van de kinderen in Afghanistan na zoveel jaar oorlog. Voor ons hield hij een dagboek bij.



Dag 1
We vertrekken vanuit Nederland naar Islamabad in Pakistan. Ik verheug me op deze reis en zie uit naar alle nieuwe indrukken en bijzondere ontmoetingen. Het afscheid thuis was zwaar. Ik heb mijn kinderen uitgelegd wat papa gaat doen. Jada (1) en Senna (2) begrijpen het nog niet, maar Luca (5) weet wel wat ik ga doen. Het ontroerde me toen ik zag hoe hij door zijn speelgoed struinde, op zoek naar een speelgoedje wat ik aan een kindje in de oorlog moest geven. Uiteindelijk gaf hij me een dino. “Hoeveel kindjes zijn er daar eigenlijk, papa?” wilde Luca weten. Toen ik vertelde dat er wel miljoenen zijn, keek Luca beteuterd naar zijn speelgoed. Hoe groot dergelijke aantallen zijn beseft hij nog niet, maar dat hij geen miljoenen dino’s in zijn kist had liggen, dat zag hij wel. “Dan moeten ze maar delen…” besloot Luca. Ik heb de dino in mijn koffer zitten, mijn gezin in mijn hart. Ik ben klaar voor deze reis.
Dag 2
Het eerste bezoek dat we afleggen is aan het vluchtelingenkamp New Shamshateen, bij Peshawar (Pakistan). Tijdens de rit worden wij begeleid door twee indrukwekkende bewakers met oude kalashnikofs. Dat is een vereiste aangezien het gebied nogal wat ongeregeldheden kent door de Al Qaida bewegingen. De meeste mensen in dit kamp blijken tijdens de laatste oorlog richting Pakistan gevlucht. In deze regio bevinden zich nu nog zo’n 500.000 Afghaanse vluchtelingen, waarvan er in dit kamp ruim 60.000 wonen. De meeste vluchtelingen vertellen me dat ze graag naar huis willen, maar nog niet durven uit angst of om economische redenen nog niet kunnen.





Dag 3
Vandaag bezoeken wij de Esmat meisjes school. Negen klassen met meisjes zijn ijverig aan het werk als wij arriveren. Het valt mij op hoe toegewijd en leergierig ze zijn en hoezeer ook deze kinderen onder de oorlog te lijden hebben gehad. Hoewel de meeste al jaren geleden zijn gevlucht, herinneren de meesten zich nog de verhalen van oorlogsgeweld en verdriet. Vooral de angst voor de oorlog zit diepgeworteld. Ik vraag ze naar hun dromen. De meeste willen dokter of leraar worden en zo later hun land helpen en eenklein meisje van acht vertelde me vol enthousiasme dat ze de eerste Afghaanse vrouw op de maan wil zijn! War Child steunt sinds 1998 de Esmat school voor gevluchte Afghaanse kinderen in Peshawar, Pakistan.
Dag 4
We vertrekken vroeg uit Islamabad en reizen via Kabul naar Herat in Afghanistan. Hier worden we hartelijk ontvangen door een het team van War Child Nederland. Het is voor mij een nieuwe ervaring om zo vroeg in een War Child project op bezoek te komen, het team is pas drie weken compleet en net aan de eerste training begonnen. Zeven geselecteerde lokale medewerkers worden opgeleid in de psychosociale grondbeginselen en het gebruik van creatieve middelen bij het helpen van kinderen. De training wordt gegeven door een ervaren War Child professionals, waarvan ik er een nog ken van een bezoek 5 jaar geleden in Kosovo. Ik word opnieuw doordrongen van het nut en de noodzaak van War Child’s programma’s. Vooral na het zien van een workshop met een groep kinderen uit Herat wordt me duidelijk hoe noodzakelijk en belangrijk dit werk hier is. Op een grote tekening mogen de kinderen associaties met alle vijf de zintuigen (zien, ruiken, voelen, proeven en horen) tekenen. Een kleintje van zeven tekent bij een negatieve reukassociatie kruitdampen uit een pistool, een ander tekent bij het zintuig ‘horen’ weer vliegtuigen met bommen… en ga zo maar door..






Dag 5
De volgende ochtend gaan we op pad met een organisatie die zich bezighoudt met het ruimen van landmijnen en het geven van voorlichting over de gevaren van landmijnen aan, onder andere, kinderen. Tijdens de les realiseer ik me hoe verschrikkelijk het is dat in dit land tien miljoen mijnen liggen en dat niemand meer precies weet waar. Momenteel vallen er nog ruim honderd dodelijke slachtoffers per maand, en dan hebben we het nog niet eens over de gewonden. En dan te bedenken dat nog maar tien procent van de mijnen is geruimd!
‘ s Middags arriveren we bij een orthopedisch centrum. Hier worden kinderen en volwassenen geholpen die ledematen hebben verloren. Met de weinige materialen die ze hier voor handen hebben worden stevige protheses gemaakt. Toch verzekert dit ze niet van een goede toekomst. Zo ontmoet ik een meisje dat op haar zevende op een mijn stapte en een arm en been verloor. Ondanks haar protheses heeft zij maar weinig toekomstperspectieven. Als gehandicapte zal zij waarschijnlijk geen man vinden. De discriminatie op gehandicapten is extreem groot in dit land. Volgens de traditie zorgen de kinderen later voor hun ouders. Voor dit meisje is dat nu haast onmogelijk geworden en wie zal er in de toekomst voor haar zorgen?

Dag 6
Vandaag bezoeken wij het enige ziekenhuis in de provincie Herat, dit ziekenhuis moet voor drie miljoen mensen zorgen. We bezoeken de kinderafdeling waar ik hoor dat in Afghanistan nog steeds één op de vier kinderen vóór het vijfde levensjaar overlijdt. We worden meteen naar de intensieve care afdeling geleid waar zeventien bedden staan. Het is het meest bizarre beeld wat ik ooit van een ziekenhuis heb gezien. Ik schrik me wezenloos. Helemaal als ik getuige ben van het overlijden van een van de kinderen breekt mijn hart. Er ontstaan hysterische taferelen met moeders overmand door emoties. Ik weet even niet goed hoe ik hier mee om moet gaan. Met volgelopen ogen denk ik aan mijn eigen kinderen, hoe wanhopig zou ik me voelen als ze hier zouden liggen?




Aan het eind van de dag vliegen we verder naar Kabul waar we de laatste dagen zullen doorbrengen. Het goede nieuws is dat de Nederlandse Ambassade heeft geregeld dat we morgen president Karzai mogen interviewen!


Dag 7
Ik moet toegeven, ik heb slecht geslapen! Ik ben toch een beetje nerveus... Je interviewt immers niet iedere dag de president van een land! In een gepantserde jeep gaan we op weg naar het paleis van President Karzai. De ontmoeting is bijzonder spontaan. Met open armen ontvangt hij ons. Karzai kent mijn naam en de organisatie War Child. Hij vertelt wat voor effect de oorlog heeft gehad op de kinderen in zijn land. Wanneer ik hem vraag naar zijn dromen, vertelt hij me dat het zijn droom is om verlost te zijn van de oorlog en alle narigheid en te leven in een land zo vredig en mooi als Nederland.
Euforisch verlaten we het paleis en vervolgen onze onderzoeksmissie door Kabul. Hier bezoeken wij de geheel verwoeste delen van de stad. Wat me vooral aangrijpt is dat vele kinderen in de resten van deze puinhopen moeten leven, in uitgebrande en kapotte huizen met geen enkele voorziening..
Dag 8
Natuurlijk kan ik dit land niet verlaten zonder me ook verdiept te hebben in de muziekcultuur dus gaan we op zoek naar jonge muzikanten in Kabul. We ontmoetten onder andere Eimal, een 19-jarige zanger die me vertelt hoe het tijdens het Taliban regime verboden was om muziek te maken in dit land. Als je gesnapt werd bij het spelen op een keyboard in je eigen huis, kreeg je stokslagen. Inmiddels gaat het beter maar er is een enorme culturele achterstand. Hij zingt een prachtig stukje voor me, heel tragisch maar buitengewoon ontroerend.
Het is de laatste dag in Kabul, en met weemoed neem ik afscheid van mijn beschimmelde, vochtige herbergkamertje zonder verwarming, gelegen naast de Moskee.
Dag 9
Op de lange terugreis in het vliegtuig overdenk ik mijn indrukken en merk dat ondanks de ellende en de hoeveelheid werk die hier nog verzet moet worden, het gevoel van hoop overheerst. De mensen hier willen zo graag verder en hun land weer opbouwen. Vooral als ze me over hun dromen vertellen voel ik hun kracht en hoop voor de toekomst. Deze inspiratie neem ik met me mee naar Nederland. Ik ben een schat aan ervaringen rijker en voel me een bevoorrecht mens dat ik als Ambassadeur van War Child dit soort landen mag bezoeken. Maar eerst houd ik vanavond mijn kinderen nog een keertje heel goed vast.
Terug naar reisverslag
Kosovo
Terug naar reisverslag
Ingoesjetië
Terug naar reisverslag
Sierra Leone
Terug naar reisverslag
Eritrea
Terug naar reisverslag
Afghanistan